Zoals u wellicht al weet, is het symbool van 't Mierhof de mier. Ondanks de te verwaarlozen grootte van dit veelzijdig beestje, schuilt er heel wat wijsheid achter de mier. Hebben wij Uw nieuwschierigheid aangewakkerd? Ontdek het dan allemaal op deze pagina, en dompel Uzelf onder in de wereld van de Mierenwijsheid!
 
 
 
 

Volharding

Mieren presteren veel.Over mieren wordt het volgende gezegd:

"Opmerkelijk is niet alleen dat ze instinctief voor de toekomst zorgen, maar ook hun volharding en vastbeslotenheid zijn opmerkingswaardig. Het komt dikwijls voor dat mieren iets dragen of krampachtig meeslepen dat minstens tweemaal of zelfs viermaal zo zwaar is als zijzelf en daarbij doen ze al het mogelijke om hun specifieke taak te vervullen en weigeren ze terug te keren, ook al kan het zijn dat ze van een steile helling afvallen, afglijden of rollen."

Teamgeest

Bladdragende mieren werken met een enorme teamgeest. De mieren snellen in twee kolonnes voort, de ene kolonne gaat naar en de andere komt van een bosje of boom die misschien meer dan anderhalve kilometer van hun nest verwijderd is. De terugkerende mieren dragen bladstukken.
Elke mier knipt zijn eigen blad, met op een schaar lijkende kaken, met een ruk los. Maar soms komt het voor dat één mier het knipwerk doet en de andere mieren op de grond de stukken oppikken en wegdragen. Als een knipper vermoeid raakt, wordt hij afgelost door een andere mier van beneden, waarna hij afdaalt om zich bij het transportgroep te voegen.

Vermogen

Bioloog A. H. Verrill heeft het volgende opgemerkt bij sommige mieren:

Sommige mieren kunnen wel lasten dragen die wel viermaal zo zwaar zijn als zijzelf, en dat over een afstand van een anderhalve kilometer of meer. Om dat in mensenmaat uit te drukken geven wij het volgende voorbeel:
Dit komt overeen met een man die in één dag van Brussel naar Moskou en weer terug zou lopen, met telkens een zware last van zo'n 200 tot 300 kilogram op de schouders, en dit dag in dag uit, week in week uit.

Antibiotica

"Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige mieren schimmels verbouwen om hun jongen te voeden, en ter bescherming van hun gewassen zelfs antibiotica gebruiken als een soort pesticide", zegt de Internationale editie van The Miami Herald. "Deze mieren, bladsnijdersmieren genoemd, verplanten en snoeien hun gewassen en ontdoen ze van onkruid, net als een boer dat doet. Het antibioticum, dat de gewassen van de mieren beschermt tegen besmetting door andere schimmels, wordt geproduceerd door een bacterie die op de huid van de mier leeft."
Ted Schultz, een insectendeskundige merkt op: "Mensen moeten voortdurend nieuwe antibiotica uitvinden om resistentie te voorkomen. Moesten wij het geheim van de antibiotica van de mieren kennen, zou dat van direct belang zijn voor de overleving van de mens."


Tuiniers

De parasolmieren verbazen biologen met hun geavanceerde tuintechnieken. Om in voedsel te voorzien, snijden deze nietige insekten stukjes uit bladeren, verzamelen afval van de bosgrond en nemen dat allemaal mee naar hun ondergrondse nest. Vervolgens kauwen de mieren deze stukjes fijn tot een brij om er hun schimmeltuin mee te bemesten. Ze weten precies de temperatuur en de vochtigheid voor hun gewas op peil te houden om de beste resultaten te boeken.
Voor het aanleggen van nieuwe tuintjes brengen ze stekken van goed aangeslagen cultures over naar nieuwe bladbedden. Ze bezitten zelfs de kunst van het snoeien om een maximale groei van de schimmel te bekomen. En, deze bekwame hoveniers stemmen hun inspanningen af op de voedselbehoeften van hun nest om zo tijd en energie te besparen.



Doorzetting

Mieren zijn vasthoudend en vastberaden. Hebt u wel eens geprobeerd een mier met je voet of een ander obstakel de weg te versperren?
Die mier gaat niet terug, maar zal eerst langs de ene kant, dan langs de andere kant proberen, of zal over het obstakel heen willen klimmen, ook al moet ze daar meerdere pogingen voor ondernemen.De mier geeft het niet gemakkelijk op en gaat tot het uiterste.
Een echte tuinier geeft het ook niet gemakkelijk op, zelfs als het even moeilijk gaat.



Wijsheid

Het werk van de mieren is niet ten einde met de zorg voor het voedsel. Ze hebben ook tot taak de jongen te verzorgen. Eitjes moeten dicht bijeen komen te liggen. De larven moeten gevoed worden. Poppen moet verzorgd worden. Sommige mieren zorgen zelfs voor airconditioning. Als het overdag warm wordt, dragen ze de poppen naar dieper gelegen gedeelten van het nest, en omgekeerd.
Als de kolonie groeit, moeten er nieuwe kamers worden gebouwd. De werkmieren gebruiken hun kaken om te graven en de aarde naar buiten te dragen. Gewoonlijk doen zij dat na een regenbui, als de bodem zacht is.
Hun onderlinge samenwerking is opvallend, ze houden het nest heel schoon en zijn bezorgd om hun medewerkers. Raakt een mier gewond of uitgeput, dan schieten andere mieren te hulp om haar naar het nest terug te brengen.



Veehouder

Bladluizen zijn het vee van de mieren. Er zit veel suiker in plantensap, en bladluizen zuigen het sap of die suikers uit het blad. Wat ze teveel aan suikers hebben, profiteren de mieren van. Zij melken de mieren want zij zijn dol op die suikers of honingdauw. De mieren trommelen op het achterlijf van de bladluis met hun voelsprietjes. Het teveel aan suiker komt dan uit de anus van de bladluis die de mier gretig opdrinkt, en zo gaat ze van bladluis naar bladluis. De honingdauw is echter niet voor de werkster zelf. Ze gaat terug naar het nest en voedt ook de larven en de koningin.
Sommige mieren blijven bij de bladluizen om ze te bewaken. Zelfs pakken ze de bladluizen op als het winter wordt. Ze worden in het nest als het ware op stal gezet.
Sommige mieren leven alleen van de suiker van bladluizen, vb. de weidemieren.
In één zomer kan een kolonie mieren één liter honingdauw hebben gehaald.



Spreuk

Een wijze spreuken schrijver schreef het volgende over de mier ;
‘Ga naar de mier, gij luiaard; zie haar wegen en word wijs. Ofschoon ze geen aanvoerder, beamte of heerser heeft, bereidt ze in de zomer haar voedsel; ze heeft in de oogst haar voedselvoorraden verzameld.’
Elke kolonie bestaat uit drie kasten; de koningin of koninginnen, de mannetjes en de werksters.
De koningin is niet de aanvoerder, want ze hebben er geen. De koningin haar taak is voornamelijk het leggen van eitjes, en dit kan wel vijftien jaar worden. De mannetjes leven juist lang genoeg om te paren en dan te sterven. De werksters kunnen ongeveer zes jaar worden en verrichten diverse taken, alles wat de huishouding aangaat, voedsel, reiniging, verzorging en zelfs verdeding van het nest tegen indringers. Toch gebeurt dit alles zonder regeerder.